U bent niet ingelogd
Verslag Wout Bethlehem
Hemelvaart in Anna Paulowna.
Net in het bezit van een 206D met camperopbouw, of zoals het kenteken aangeeft: kampeerwagen, zijn we eerst in de omgeving wat gaan “uitproberen”.
Voorzichtig een stukje maar dan toch steeds verder en steeds weer alles controleren.
Zitten er bouten los, trilt er iets vanaf, loopt er ergens vloeistof uit waar dat niet zou moeten?
Maar er groeide vertrouwen. De ontzettende herrie werd minder nadat we de motorkap, nou ja dat grote dashboard kastje in het midden van de cabine, hadden bekleed met radiatorfolie en slaapmatje
Toch geeft íe boven de 90, op de klok, best veel vibraties door met gevolg dat dat een soort maximum lijkt. Maar, je wordt stoutmoedig door elke kilometer die storingsvrij wordt afgelegd en uiteindelijk rijden we 100, op de teller.
Dit uitproberen wordt vooral op een afstand van maximaal 10 kilometer van huis gedaan om
Te zorgen dat repatriëring niet te ingewikkeld wordt.
Na een paar trips, steeds verder en langer, uiteindelijk een heel weekend!, is er een eindeloos vertrouwen in de Duitse techniek die toch al twee generaties heeft overleeft.
Dan komt het hemelvaartweekend in zicht.
We stellen ons de wereldreis naar de andere kant van Nederland voor en vragen ons af of het vertrouwen dat is opgebouwd in een veilige omgeving voldoende is om dit waagstuk aan te durven. We gaan wegen berijden die we nooit eerder hebben beproeft, landschappen zien en culturen bezoeken die voor ons verrassingen kunnen inhouden!
We zullen helemaal op ons zelf zijn aangewezen voor een periode van 4! dagen.
Wat nemen we mee? Wat zullen we tegenkomen? Op welke problemen moet ik me voorbereiden?
We nemen gereedschap mee voor alle voorkomende reparaties, dacht ik. Reserve schroefjes, ty-raps, McYver tape, touw en natuurlijk olie.
Tijdens het bij elkaar zoeken bekruipt me een gevoel van overlevingsinstinct. Ik ga steeds meer situaties zien waar ik ons trots, door de meegebrachte hulpmiddelen, uit kan redden.
Ik ben “self suporting”.
Uiteindelijk moet ik toch het verstand laten spreken boven dat instinct want we zitten ruim boven het maximum laadvermogen, volgens de veren en de grondspeling. Ook de ruimte voor passagiers wordt drastisch beperkt door mijn overlevingsdrang.
Ik moet keuzes maken en kies uiteindelijk voor de ANWB aanvulling: repatriëring en creditcard. Neemt echt veel minder ruimte in maar is niet zo spannend, helaas, het verstand overwint.
De dag is daar! Zijn we er klaar voor? Zo vlak voor het vertrek vormen er zich natuurlijk nog verschillende schrik scenario’s in je hoofd maar ik laat me niet gek maken en controleer nog even de ANWB-polis. Niets staat een prachtig weekend met lotgenoten in de weg.
We gaan niet alleen; Onze zoon heeft inmiddels ook een buizen chassis met diesel en ster gekocht en besluit ook mee te gaan.
“Moet je niet eerst gaan uitproberen?”
“Dat heb ik gedaan toen ik hem ophaalde.” Was zijn laconieke antwoordt, de overmoed!
Het inpakken ging hem wonderlijk eenvoudig af.
“Ben je op alles voorbereid?”
“Jij hebt toch alles bij je?”
“Tja.”
We gaan, niet te vroeg want dan is het meeste verkeer al weer aangekomen waar het naartoe wilde en is het dus niet zo druk, beredeneer ik.
Alles gaat voorspoedig, zonnebril op, en weer af, ruitenwissers aan, en weer uit.
We maken snel kilometers en verliezen volgens TomTom slechts enkele minuten tot Eindhoven. Zo volgen we de A2 en in no-time, gevoelsmatig natuurlijk want in real-time is het toch 2 uur later, zijn we voorbij Utrecht.
Tijd voor een pauze. De zon is net weer duidelijk zichtbaar en we houden het droog.
De hond doet overdreven uitgelaten op het grasveldje naast de parkeerplaats. Alsof hij geen vertouwen in de reis had en nu opgelucht en verbaasd over het verloop is!
Juliette gaat daarna verder bij Robby in z´n bus omdat hij anders zo alleen is en Susanne blijft met mij meerijden.
Zelfverzekerd gaan we weer op weg en ik geef gas. Door tot de 100, geen probleem en het gevoel dat we zo de hele wereld rond kunnen wordt sterker.
Dat gevoel duurt nog twintig kilometer want dan gaat de telefoon van Susanne.
Het is Juliette:”er is iets met de ruit”, vertaalt Susanne.
Robby had al eens problemen met de wissers die elkaar vonden vóór het einde van de slag.
“Oh, dat zijn de ruitenwissers zeker.” Antwoord ik en ga er toch bij de volgende P af.
Het duurt even maar dan zien we de bus toch de parkeerplaats opdraaien.
Zijn voorruit is verbrijzeld tot duizend diamantjes. Best mooi, maar het zicht is er zwaar door belemmert. Toch de ruit dus!
Hoe nu? We overleggen.
Kunnen we verder? Het is nog een kilometer of veertig en deels over de snelweg. Langzamer om de druk op de ruit, die er wonderwel nog inzit, niet te hoog te laten oplopen betekent wel een groter snelheidsverschil met de andere weggebruikers die toch al geduld met ons moesten opbrengen.
We wagen het erop, ik voorop zodat Robby alleen nog maar naar mijn bumper hoeft te kijken.
Het begint weer een beetje te regenen en ik zet de ruitenwissers aan. Daarbij bedenk ik dat het zicht bij Robby nu wel tot een minimum is teruggebracht. Maar hij volgt nog!
We zien de eerste bordjes van de club dus we zijn er bijna!
Uiteindelijk draaien we de parkeerplaats van Sportvereniging Anna-Paulowna op en gaan langs de kant staan.
Ik loop naar achteren om polshoogte bij Robby te nemen en ook hij stapt uit.
Hij loopt direct naar zijn voorrut om de ruitenwisserbladen uit een innige omhelzing te halen.
“Net op tijd gestopt want de wissers zitten vast en het motortje begint te stinken.” Roept hij.
“We zijn er.” Roep ik en Robby kijkt verbaast om zich heen.
Ik had blijkbaar niet beseft hoe klein je wereld wordt als je je via een paar vierkante centimeter op de bumper van je voorligger oriënteert. Hij had geen idee waar we waren.
“WE ZIJN ER!” Goed nieuws dus.
Even aanmelden en dan een plekje zoeken.
Aanmelden ging goed maar plekje zoeken was een ander verhaal.
Robby had een escorte van een man of vier die al bijna aan zijn voorruit zaten te werken voordat we op de plaats stonden.
Langzaam achteruit zonder teveel mensen over de tenen te rijden en weer en stukje vooruit zonder zicht en op aanwijzingen van verschillende kanten.
Plotseling was er iemand met een ruit en weer iemand met tape en nog één met een touwtje om het rubber in de sponning te trekken en voordat de motor echt was afgekoeld zat er een andere ruit in.
Car-glass: doe dat maar eens na!
Een beter welkom kun je in een club bijna niet krijgen. Oké, een ontplofte motor vervangen in een uur had ook indruk gemaakt maar dat was gelukkig niet nodig.
We staan. Robby met z´n bus is zo klaar: stekker erin, stoeltje buiten, genieten!(Nadat we nog ongeveer duizend diamantjes van het voorruitincident uit het interieur hadden gezogen.)
Met een camper is dat anders. Je hebt gekozen voor luxe door zo´n groot ding te kopen en dat zul je weten ook. Er moeten steunen onder want bij het bewegen in de koets wil je dat het voelt als een huis. Hij moet waterpas want anders slaap ik straks met mijn hoofd naar beneden. De tent moet eraan want dan lijkt ´ie nog groter en de meubels kunnen ´s avonds binnen staan. Tafel onder het bed uit, stoelen ook. Meer dan je nodig hebt want dan kun je visite ontvangen. Gas aan en water opzetten voor de oploskoffie.
Thuis drinken we geen oploskoffie maar om het gevoel van ongewone belevenissen te versterken drinken we dat alleen in de camper. Je wil alle sleur thuis laten hè, dus gebruiken we geen koffiepads op vakantie.
Als we dan eenmaal zitten op de campingstoelen aan de campingtafel met de campingkoffie en een boek, speciaal naar de bieb geweest voor een vakantieboek, bespreken we natuurlijk nog eens in detail het verloop van de rit. We hebben tenslotte een hele ervaring achter de rug die je nog eens minutieus onder woorden wil brengen. Al snel mengen zich andere clubleden in het gesprek. Het blijkt dat ook zij ervaringen hebben om te delen. Ergerlijk genoeg heeft eigenlijk iedereen meer ervaringen en grotere avonturen om te delen dan wij en zo verbleekt ons avontuur en stelt het ineens niet zoveel meer voor waar het een uur geleden nog zoveel indruk op ons maakte.
Ik hoor verhalen over buitenland reizen en reparaties onderweg waarbij ik besef dat ik helemaal niet goed voorbereid op weg ben gegaan. Ik heb maar niets gezegd over het ANWB-pasje dat ik dus mee nam in plaats van dertig kilo gereedschap en onderdelen. Blijkbaar is een echte 206-rijder selfsupporting!
Na de koffie maken we een rondje over het voetbalveld dat een langweekend voor camping mag spelen.
Dit is waar het om gaat. Dit maakt dat het niet een gewone camping is. Mijn verwachtingen zijn hoog gespannen want hier heeft zich een poel van kennis en ervaring verzameld waar ik onuitputtelijk uit hoop te drinken! Hier ga ik leren, kennis in me opnemen en zal als specialist en kenner weer naar huis gaan. Ik wil alles weten. De verschillen tussen de modellen zijn mijn eerste les. Ik heb in mijn hoofd mijn aantekenblokje op een blanco bladzijde klaar liggen. Ik zie wielen met afwijkende gaten, radiatorgrills van plastic en metaal, 14” en 15” wielen. We maken foto´s en praatjes met eigenaren, ik ben een spons. En Robby ook. Hij is al net zo leergierig en merkt zomogelijk nog meer details op.
foto
Uitgeput gaan we uiteindelijk terug naar ons plekje. Ons hoofd is vol voor vandaag en het wordt echt koud!
Die nacht droom ik van wieldoppen en veerpakketten.
We ontwaken. Het zonlicht komt via het dakluikje naar binnen en als ik een rolgordijntje opzij duw zie ik nog meer zon. Ah, dit wordt een mooie dag! Ik ben van plan om de hele dag rond te hangen tussen de voertuigen en ik zal me niet ongerust hoeven maken over het lot van de dames want die hebben een dagje winkelen voor de boeg. Wat een fantastisch idee, om voor de aanhang, van wie men aanneemt dat de interesse in al die mooie details van onze mobielen zich beperkt tot het aantal slaapplaatsen en de stof van de kussens, een dagvulling te organiseren zodat wij, de mannen, onze technische gesprekken niet steeds hoeven te onderbreken om vaktermen te vertalen.
De hele dag staat in het teken van techniek. Ik moet toegeven dat er ook onderwerpen voorbij komen waar ik nog niet het gehele belang van kan doorgronden. Ik moet nog een hoop leren.
We hebben het over vering, hulpveren in het bijzonder. Is dat nodig? Vraag ik me af. Staat die van mij te laag? Misschien moet ik ook hulpveren.
We kijken onder een camper die ze al heeft en het ziet er goed uit. Het zijn remschoenveren van een vrachtwagen en bij de club zijn ze op voorraad dus… Ik kijk onder mijn vooras en zie dat daar ook van die dingen onder zitten! Ik heb ze al die tijd al gehad!
Ik leer mijn eigen trots steeds beter kennen.
Er komt ook nog een spreker. Dat staat aangekondigd. Ik ben vol verwachting want dit is weer zo´n unieke kans om kennis op te doen. Een bonus dus eigenlijk.
De spreker komt. Met zijn zoon die, blijkt later, vooral als taak heeft om zijn vader bij de les te houden. De zeer gewaardeerde heer heeft een prachtig verhaal en veel kennis maar dat komt niet helemaal chronologisch tot ons. Door de jaren zijn ook de namen en feitjes wat door elkaar gegroeid. Ik heb moeite om hem te volgen en besef dat ik nog een hele achterstand op technisch gebied heb als het om olie gaat.
We zijn enthousiast over de openbaring. Iedereen zal vanaf nu heel anders met oude olie omgaan. Oude olie zal als zwart goud worden bewaakt en filters worden net zo oud als het motorblok zelf. Wel moeten we nu goed op de carterontluchting letten en deze schoon houden. Even zoeken, maar dat zal geen probleem zijn. De verzamelde kennis in de club zal vast uitkomst bieden. Toch hoor ik later een voorzichtige scepsis dus waarschijnlijk heb ik mijn enthousiasme op de groep geprojecteerd en daardoor verzwakt het ook weer wat bij mij, jammer. En illusie armer.
Tijdens zo´n weekend moet het blijkbaar niet alleen om de voertuigen gaan, vond het bestuur en zo werd er een dansavond geïnitieerd. Men kon er zelfs leren dansen! Echter bleek dat “dansen” in te houden dat we op een rijtje dezelfde pasjes moesten oefenen. Heel toepasselijk Line-Dance genoemd. Ach, na wat culturele hindernissen was het uiteindelijk reuze gezellig.
Er werd aan de kantlijn natuurlijk toch wel weer over buizenchassis en diesel gepraat, maar door de consumpties wel op een luchtiger toon. Ook de leek durft dan zijn theorieën met anderen te delen.
De laatste nacht. De laatste ochtend, op zondag. Het besef dat het einde nadert. Weliswaar staat het technisch vragenuurtje nog op het rooster, maar dat is het dan. Tijdens deze laatste mogelijkheid voor technische scholing nadert en ik zoek in mijn geheugen welke gaten in mijn kennis nog moeten worden gevuld. Welke vragen hebben prioriteit? Er komt nog zoveel naar boven maar de domme vragen vallen direct af, natuurlijk. En zaken die al besproken zijn, maar niet direct bevredigend beantwoord, ook. Want men kon eens denken dat ik niet oplette.
Het was leerzaam. Niet helemaal zoals ik me had voorgesteld. Blijkbaar zijn de ervarenen het toch ook niet altijd eens. Er zijn discussies. Hoe kan dat? De techniek is eenvoudig, de ervaringen rijk. Hoe kan het dat niet alle vragen gelijkluidend worden beantwoord?
Waarschijnlijk is het mogelijk om uit de ervaringen toch andere conclusies te trekken.
Ik eindig het weekend rijker, geestelijk rijker. Ik ontdek ook bij anderen met veel meer ervaring de twijfel, onzekerheid. Iedereen kan voor verrassende situaties geplaatst worden.
Alleen gaan de ervarenen dat luchtig uit de weg en gaan gewoon het ongewisse tegemoet.
Men gaat op pad, het avontuur met open vizier ontmoeten!
Ik oefen op dat idee. Ik stel me voor wat er kan gebeuren maar stop daar direct weer mee. Dit is niet de manier. Niet nadenken maar duiken! Spring van die hoge plank zonder naar beneden te kijken.
Ik rijd terug als een nieuwgeborene. De rit is een bungee-jump. De startmotor is de afzet van een avontuurlijke sprong in het ongewisse.
Ik merk dat ik de afwijkende geluiden vanonder de motorkap nog wel hoor( hoe kon ik anders met 100 Decibel) maar het maakt me niet meer ongerust. Wel kijk ik nog regelmatig op de temperatuurmeter en besef hoe weinig informatie het motorblok met me deelt. En zo is het altijd geweest. Al honderdduizenden kilometers heeft hij ontelbare baasjes gediend met niet meer informatie dan een olielampje en een temperatuurmeter.
Ik geniet van de rit op een hele nieuwe manier. Ook de kreet “onthaasten”, gehoord tijdens een inspirerend gesprek, krijgt inhoud. Bij 95 op de teller en de wetenschap dat het niet sneller zal gaan, komt er een soort meditatie over me.
Ik wil uren doorgaan zo. Mijn geest zweeft mee met de strepen op de weg. Ik registreer mijn omgeving, gelukkig wel want er is toch ander verkeer op dezelfde weg. Dan kijk ik eens toevallig op de brandstofmeter en besef dat ik het aardse niet geheel kan loslaten. Ik vraag me even af of de inbouw van een 500 litertank de moeite waard is om dagen ongestoord te kunnen mediteren achter het stuur maar verwerp dit idee omdat ook mijn blaas aangeeft dat ik aardsgebonden blijf. Aan technische oplossingen voor het blaasissue ben ik nog niet toe.
Overigens is de rit, deels ongemerkt dus, bijna voorbij want de ik merk dat ik niet meer op de borden let en ook niet meer naar Eva, die van TomTom, luister. Ik herken de afslagen, ik ben op bekend terrein. We zijn bijna thuis. En dan… we zijn thuis. Het is over. De serene rust van het lawaai dreunt nog in mijn oren na. De echo van mijn nieuwe ervaringen gonst in mijn hoofd.
Ik kijk trots naar het neusje met de ster. De Ster, met een hoofdletter, het lijkt of het lacht.
