Nomade heeft op dit moment 450 actieve leden
U bent niet ingelogd

De aanschaf


Wat hebben mijn vrouw en ik er lang over gepraat. Niet alleen over de kosten, maar ook en vooral over het soort en merk wagen. Alkoof, bus, Peugeot, Renault, Fiat, Volkswagen of  Mercedes. Zolang deze discussie nog woedde kon ik een verderstrekkend besluit nog voor me uitduwen.

Uiteindelijk, het was mei/juni 2002 moest ik er toch aan geloven. Op de Campersite stond een foto van een witblauwe Mercedes bus, type Hanomag, op een pleintje in Bohemen (Tsjechië). De bus zou voor 98% gelast zijn, met vele reserveonderdelen en een keukentje met koelkast. Ook zouden er vier personen in kunnen bivakkeren. Er was maar een “klein” probleempje. In de cilinderkop zat een kapotte klep.

 Na wat mailen en bellen besloten we te gaan kijken. De bus zou op een terrein in de buurt van Zeist staan. We spraken af bij een restaurant in de buurt van Woudenberg, waar we een man op een oude brommer zagen die ons voorreed naar de plek waar de bus stond.

Knollywood

Tot mijn grote verbazing stopte we bij een metalen hek met de letters “KNOLLYWOOD”. Het roemruchte gekraakte TNO terrein in de buurt van Zeist dus. Een tamelijk hippieachtige toestand. Ik kreeg al visioenen van een uitgewoond vies wrak en vroeg me stellig af of nog wel moest doorgaan met kijken.

 Mijn nieuwsgierigheid won het echter van mijn twijfel en  mijn vrouw wilde de bus perse zien. Tegen een huisje aan, in de modder, stond onze bus. Hij was inderdaad heel vies van binnen. Het front lag eraf. Er lagen glassplinters en sigarettenpeuken op de vloer en de betimmering zat schots en scheef. Inspectie van de onderkant wees uit dat er inderdaad flink aan was gelast en dat zag er niet al te slecht uit. De auto was inderdaad behoorlijk hard. Toch moest ik er wel flink over nadenken. Mijn vrouw zag het allemaal al voor zich: gewoon alles eruit slopen, je bent zo handig, hup andere motor erin en rijden maar. Ja ja, dat heb ik geweten!

Er bleek ook nog een reservemotor bij te zitten, die stond buiten op een stellage. Hij had nog niet gelopen, maar wellicht was die wel goed.

Na wat heen en weer gepraat besloten we toch tot de koop over te gaan. De eigenaar zou het vervoer naar Tiel op de autoambulance regelen en wij kregen alvast wat onderdelen mee.

Half verheugd, half vertwijfeld reden we naar Tiel.

Ruim een week later gingen we weer op weg naar “KNOLLYWOOD”, met een bakkie voor de motor achter de Mazda gekoppeld.

De bus werd op de ambulance getakeld en  we gingen op weg.

Na een uurtje waren we thuis. De bus was er echter nog niet. Pas na een uur kwam het geheel onze keurige straat inrijden… de chauffeur was de weg kwijtgeraakt.