Nomade heeft op dit moment 437 actieve leden
U bent niet ingelogd

Verslag Wout Bethlehem


Hemelvaart in Limburg. Voor Hollanders (van boven de rivieren) een bijzondere trip want de lente zorgt voor mooie plaatjes en het ruikt naar natuur en omdat Limburg niet meer zo vlak is als andere delen van Nederland lijkt het bergachtig.(In het land der blinden…).

Maar het stukje Limburg waar Heel ligt is nog het Nederlandst. Je komt daar nog geen bergen tegen en het eten lijkt ook veel op de Nederlandse pot. Een belangrijke uitzondering hierop is de koffie die bijna altijd wordt vergezeld van Limburgse vlaai. Dat was een typische Limburgse traktatie maar dankzij de Multivlaai winkelketen is heel Nederland inmiddels bekend met deze prettige Limburgse gewoonte.

Als bezoeker kun je misschien nog andere prettige eigenschappen van dit Bourgondisch landsdeel noemen maar ik woon er al een tijdje dus behalve het leuke taaltje en al die kerkjes valt me verder eigenlijk niet zoveel in om Heel aan te prijzen.

Groot verschil met bijvoorbeeld Anna-Paulowna is dus hoofdzakelijk de reisafstand want ons huis staat in Weert en dat is op loopafstand.

Komt dat even goed uit want ik heb mijn gierende voorwiellagers nog niet vervangen dus elke andere locatie had me voor een dilemma gesteld. Ga ik wel en sta dan misschien onderweg de ANWB te bellen of sla ik deze hemelvaart meeting maar over.

Maar gelukkig hoef ik dus maar 18 kilometer en dat doen die lagers vast nog wel. Gelukkig gaan ze maar een beetje meer zingen dus ik denk dat ik ook nog terug kan.

Ik ben in elk geval “Heel aangekomen” in Heel.

Ander verhaal is de motortemperatuur. Dat is ook de eerste opmerking van het bestuur als ik me bij de caravan meld:

“Is ´ie al warm genoeg om alweer uit te zetten?”

“Wacht maar, ik sta nog niet op de bananen. Het kan best nog even duren voor ik de grote knop het dashboard indruk.”

Ik betaal, krijg een mooie, unieke, tas en volg de gids. Op veldje 14 kiezen we een plekje naast nog een paar grote campers met alkoof. Soort zoekt soort, ik denk dat busjes elkaar ook graag opzoeken.

Links naast ons staat een prachtig busje dus ik rijd ver naar achteren om het uitzicht niet te verstoren.

Als ik net probeer de libel van de waterpas in het midden te parkeren met maar één functionerende handrem komt Floris aan. Leuk dat hij ons verwelkomt, denk ik, en dat is natuurlijk ook zo, maar het heeft nog een reden; ik ben vergeten mijn nummertje mee te nemen en dat moet toch echt voor je voorruit.

Nou komt dat hele ritueel weer dat te maken heeft met ons nomadenbestaan. Nederzetting inrichten.

Grondzeil, voortent, stoeltjes, enz. enz. Wie kent het niet. Ook de hond heeft aandacht nodig, het beest doet net of we een hele reis achter de rug hebben en nodig de struiken moet opzoeken.

Maar hij moet nog even wachten want we moeten nog aan de stroom. Er staat een paal achter ons met twee aansluitingen waar twee gebruikers op zitten. Ik zoek verder. Ah, nog een paal, 20 meter verder. Geen probleem, ik heb een verlengkabel meegenomen. Terwijl ik die kabel op de grond leg, ingraven is alleen voor langere vakanties aan te raden, komt buurman van busje naar me toe om voor te stellen onze kabels van paal te wisselen. Hij zit namelijk op de paal achter ons en ik in de paal naast hem. Goed idee, we wisselen en ik kan de verlengkabel weer onder de bank stoppen. Dan komt hij om hulp vragen want hij heeft geen stroom meer. Verbazing! Ik had wel stroom op die paal… Zekering ineens kapot? Kabel niet goed ingestoken? Maar nee, het is simpeler; Hij keek naar het koelkast lampje om te controleren of er stroom binnenkwam maar hij had die koelkast nog niet aan gezet. Opgelost!

We staan op een veldje met meer honden dus kan ik mooi even informeren waar het hondentoilet is.

Ik krijg een routebeschrijving naar een groot veld waar de hond lekker zou kunnen rennen maar kom uiteindelijk op een weg achter de camping uit. Misschien heb ik even niet goed opgelet tijdens de uitleg. Goed, de hond kan lekker rennen en die andere dingen doen die honden wel en wij niet in het openbaar mogen.

Onderweg maak ik hier en daar een praatje en registreer de bekende busjes en campers. Maar mijn oog valt ook op nieuwe neusjes en nieuwe kleuren. De bus van Floris is onherkenbaar en een blauwe van Roland had ik ook niet eerder gezien. Er zijn nog meer nieuwe leden, merk ik later bij de ledenvergadering. Goed zo, vers bloed, kritisch bloed!

Terug bij de camper snuffelt de hond wat rond om ons plekje te onderzoeken en krijg ik koffie om, zittend aan de campingtafel, hetzelfde te doen, ons plekje in me opnemen. Als ik om me heen kijk zie ik schuin tegenover een onbekende bus met onbekende tent, waarschijnlijk ook nieuwe leden en in de hoek staan campers met honden, leuk voor de onze, een hondenveldje.

We bespreken het mogelijke verloop van dit weekend aan de hand van het programma en de mogelijkheden die de meegenomen personenauto ons biedt. Juliette is namelijk zelf met de Peugeot achter me aan gereden omdat we onze dochter zaterdag weg moeten brengen voor een weekje Denemarken. Nu hebben we dus de mogelijkheid die busjes vaak ook hebben maar die voor een camper met voortent niet zo goed werkt: rollend vervoer naar de steden om ons heen. We kunnen dus lekker naar Roermond waar de commercie samenspant om ons te verleiden intensief mee te werken aan de economische groei van Nederland. Er is een outletpark en een retailpark. Dat klinkt als een attractiepark en dat is geen toeval. Voor echte consumenten is het ook een attractie want je kunt er shoppen; “shop till you drop”, zeggen de Duitsers, die zijn er namelijk ook veel.

Ik ga niet. We wonen uiteindelijk in Weert en we kunnen elke dag wel naar dat attractiepark en dan is het geen attractie meer. Elke dag cake eten maakt cake tot brood.

De vrouwen gaan wel, die maken zichzelf wijs dat dit een gelegenheid is. Ik loop rond om over busjes te praten en stop even bij de bijzondere opzetcamper die vorig jaar nog een vrachtwagen was. Er staan veel kleine replica´s van onze trots op het dashboard, tussen boompjes uit een treintjesdecor.

´S avonds zitten we voor de camper als we ergens een gitaar horen. Er wordt ook bij gezongen en ik herken dit, zo was het ook in Boekel. Zingen, niet omdat we dat goed kunnen maar omdat we dat zo leuk vinden en ik vind het zo knap dat sommigen al die teksten nog hebben onthouden. De seventies komen weer voorbij en soms maken we zelfs een uitstapje naar de sixties, en het werd nog laat die nacht.

Er is natuurlijk weer de ledenvergadering en daar worden krachtige woorden gesproken. Het gaat over geld en de problemen die daaruit voortkomen, net een echt bedrijf.

Ik houd me wat afzijdig, ik ben geen actief lid. Een vereniging heeft twee soorten leden nodig; De actieve, daadkrachtige verbeteraars die veel energie in de club stoppen, en de passieven die voor de aantallen zorgen. Bij een telling of een stemming heb je een aantal nodig, bij aanmeldingen moet je een leuk aantal kunnen noemen en het aantal leden geeft status aan een vereniging, en dus ook aan het bestuur. Een goede mix van actieve leden en meelopers is van levensbelang voor een clubje. Als de balans bijvoorbeeld doorslaat naar teveel actieven krijg je strijd en discussie en iedereen bemoeid zich overal mee, maar als er weinig actieven zijn valt de club stil, dan wordt het geld niet geteld of uitgegeven. Er moet dus balans zijn en die is soms moeilijk te vinden. De latent-actieven moeten dus op de signalen van de actieven letten om op tijd het stokje over te nemen.

Maar ook tot die categorie behoor ik niet. Mijn passieve houding maakt dat ik de beslissingen van het bestuur makkelijker accepteer, een beetje uit gemakslust misschien maar dat is mijn functie als passief lid nou eenmaal.

Volgens mij is onze club heel gezond, zowel de mensen met energie kunnen hun ei kwijt alsook de schaapjes die achter de herder aan lopen en zeg nou zelf, wat stelt een groep met allemaal herders zonder volgzame schaapjes nou helemaal voor?

Ik ben een trots Hano-schaap!